Sturen door de Sierra´s

Sturen door de Sierra´s

Er staat geen naambord aan de voet van de pas, geen nummer in de bocht, geen hoogte op de top.

De bergen achter de costa del sol zijn gewoon zichzelf in de aangename winterzon. Het landschap golft er op en neer langs witte dorpen, wijn- en olijfboomgaarden. Op mijn kaart heeft alleen de sierra nevada een naam. En die slaan we over.

 

Elk nadeel heeft zijn voordeel.  Of zoiets.  Dus als mijn trouwe gps weigert mijn thuis gemaakte route door Andalusië fatsoenlijk op te roepen, ben ik aangewezen op de ouderwetse wegenkaart.  Ja, die van papier.  Bij een tankstationnetje ergens in het achterland van Málaga tik ik er eentje op de kop.  Een uitgave voor toeristen, waar wel tekeningen op staan van de grootste attracties, maar niets over alles wat er tussenin te beleven valt.  Mooi, precies wat ik nodig heb: een rit vol verrassingen. Gek eigenlijk hoe soepel de geest is.  Thuis had ik mij flink ingelezen en daarna zorgvuldig de juiste weggetjes en dorpen tot een ultieme route gekneed.  Met perfecte dagafstanden en een goede mix van bezienswaardigheden kijken en stevig motorrijden.  En dat gaat nu allemaal, hoplakee, binnen een paar minuten over boord.  Nou ja, paar minuten.  Eerlijk gezegd heb ik met klam zweet op de kop eerst nog een half uur geprobeerd om de route alsnog uit de kelders van de gps te toveren.  Vergeefs. Eenmaal in het zadel en rijdend door een berglandschap waarvan ik de naam niet ken, is alles per direct vergeten en vergeven.  Man, wat is dit mooi!  Het asfalt wendt, keert en krult door een wereld waar ik een uur lang nauwelijks een auto, laat staan een andere motor, tegenkom.  Ja, ik heb een tractor gezien. Ergens in de verte. De stofwolken tot hoog in de knalblauwe hemel.  Verdraaid, daar staat Montefrio op een richtingbord.  Dat ken ik ergens van.  Een dorp dat tegen een steile rotspunt is gebouwd met een kasteel bovenop. Dat neem ik mee. Het is een voorbeeld van een dorp dat niet alleen vanaf de verte, maar ook van dichtbij mooi is. Terugschakelen naar de tweede versnelling, hand van het gas en rondkijken. In de smalle straatjes is telkens wel iets te ontdekken.  Een robuuste deur, een ornament aan de gevel, een oude dame die met een klein kwastje de lelijke plekjes op haar gevel aan het bijtippen is en een man die mij met zachte dwang verder naar boven wijst. Hij ratelt iets in zangerig dialect, waarvan ik alleen ‘mirador’ en ‘todo’ versta.  Ha, een uitzichtpunt voor alles.  En zo is het.  Bam, heel Montefrio aan mijn voeten.

ZOMERKLOFFIE

Winter in de Zuid-Spaanse Sierra’s.  Fris in de ochtend, aan- genaam in de middag.  Ik heb ervoor gekozen om in zomerjack te rijden.  Al was dat alleen maar vanuit psychologisch oog- punt: terwijl thuis de regen horizontaal door de straat striemt, rijd ik hier mooi door het zonnige zuiden.  Muy bien!  Dat dit betekent dat ik ’s ochtends zo’n beetje alle kleding aan moet die ik bij me heb om warm te blijven, negeer ik gewoon.

Ik tik Granada aan, met zijn meesterlijk Alhambra.  Dit paleis- complex uit de Moorse tijd staat op de Unesco Werelderf- goedlijst en is een van Europa’s grote culturele schatten.  Een bezoek moet je vooraf reserveren, want om overbevolking te voorkomen is er een limiet gesteld aan het maximum aantal bezoekers per dag.  En terecht.

Geen paniek als je geen kaartje hebt.  Dan kun je er nog altijd door de tuinen en straatjes lopen.  Of je rijdt door het elegante stadje naar de overkant van de vallei.  Hier vind je in de voor- malige Arabische wijk Albacin het uitkijkpunt Mirador San Nicolas met, zeker aan het eind van de middag, meesterlijk uitzicht op het Alhambra en de Sierra Nevada op de achter- grond.  Mensen zitten er op de muurtjes.  Fles bier in de hand, de stad aan je voeten.

MAN, WAT IS DIT MOOI! HET ASFALT WENDT, KEERT EN KRULT

Het Alhambra is niet voor niks hier gebouwd.  Op een strategisch kruispunt van handelswegen.  Ik kies er één van uit en rijd die recht omhoog.  Rechts van de snelweg.  Naar architectonische hoogstandjes als Baeza en Ubeda met hun stads- paleizen en renaissance-monumenten – oh,  en ze hebben allebei fijne terrassen aan schilderachtige pleintjes.  Daarna onder Jaen door naar het westen.  Gewoon een beetje linksaf en rechtsaf door een wereld vol olijfbomen.  Ze staan als stip- pels in de witte, bruine en rode grond.

Tussenstop Córdoba.  Altijd al eens gewild.  Waarom precies is mij ontgaan, maar het heeft op de een of andere manier een magische klank. Córdoba.  Het ligt ver genoeg van de kust om te ontsnappen aan het hap snap toeristenbussenwerk.  Dáár blijf ik slapen.  Om er ’s avonds door de goudverlichte straatjes te slenteren en de andere dag de Mezquita te bezoeken, een uniek monument.  In wat ooit de belangrijkste moskee van het Iberisch schiereiland was, is een basiliek gebouwd.  Zo eentje van het uitbundige soort. Bedoeld om vriend en vijand te bedwelmen met rijkdom en architectuur.  Gelukt!

Motor vakantie in spanjePINK EN NEUS

Op de kaart staan kronkelweggetjes boven Córdoba.  Veel kronkelweggetjes. Echt vroeg vertrekken is lastig, want de zon piept pas na half negen over de bergen.  Een doel heb ik niet, ik wil die bochten rijden.  Niet meer en niet minder.  Dus rijd ik zonder te stoppen langs de sensationele opgravingen van Medina Azahara.  Slechts een piepklein stukje van deze oude handelsstad is blootgelegd.  De rest ligt nog onder het zand als een van de grootste archeologische geheimen van Europa.  Rijden.  Bochten snijden.  De ene na de andere.  De gps gebruik ik nu als roadbook. Scherpe bocht naar links over pakweg honderd meter. T-splitsing op een kilometer.  Pas op, weg van rechts.  Dat werk.  De lichte en wendbare MT-07 krijgt de smaak te pakken.  Of beter gezegd, ik krijg de MT steeds beter onder de knie.

 

HET IS VERLEIDELIJK OM STEEDS SCHERPER TE STUREN!

Na een reeks van grote toerbakken, was het wennen op een motor die je met pink en neus kunt sturen.  Het terrein leent zich ervoor. Ik passeer een brug,  klim eenbergrug op,  schiet over de top zonder bord,  duik een vallei in,  rijd langs een meer waarin de wonderlijke witte skeletten van bomen staan en ram in de derde versnelling weer naar boven.  Dit is motorrijden.  Ik kom niks en niemand tegen en het is verleidelijk om steeds een beetje scherper te sturen. Maar dan zul je net zien dat Don Carlos met zijn pick-up vanaf de andere kant binnendoor komt.  Peuk in de mond, armpje uit het raam… Deze Don Carlos – het kan ook een Pedro, Juan of Pablo zijn geweest – laat anderhalf uur op zich wachten.  Ik kom hem uiteindelijk tegen op een zeldzaam stuk rechte weg met een wit huis en een palmboom.  Hij rijdt een stokoude pick-up met een schaap in de laadbak.  Inderdaad een armpje uit het raam.  Dat steekt hij als begroeting op.  De eenzaamheid van de bergen schept een band.

Aangezien het geen hele ochtend feest kan zijn, is de weg naar Hornachuelos zo slecht dat het met motorrijden even is gedaan.  Overleven.  De gaten zijn hier zo vaak gevuld en geplakt dat de wegwerkers het uiteindelijk hebben opgegeven.  Als oplossing hebben ze er nu een bord bij gezet: camino en mal estado, weg in slechte staat.  Met de nieren tussen de schouderbladen, leg ik uiteindelijk aan bij Bar Antonio voor een cafe solo en een tostada aceite y tomates, een geroosterd broodje met olijfolie en tomaten- puree.  Het nationale ontbijt dat tot diep in de middag besteld kan worden.  De rekening bedraagt twee euro totaal.  Na het afrekenen knik ik naar de twee stierenkoppen die binnen aan de muur hangen. Een merkwaardig eerbetoon aan de toros die in de arena een uitmuntend gevecht hebben geleverd.  Tja, iets met cultuur zullen we maar zeggen.

 

 

DAK ERAF

De middag vliegt voorbij.  Bijna letterlijk. Het feest van de ochtend gaat onveranderd verder richting Constantina.  De route tot Azuaga haal ik niet, maar die moet machtig mooi zijn.  Ik zet het kompas weer richting zuid.  Langs de Lora del Rio en La Campana.  Het is verleidelijk om in Sevilla aan te leggen, maar dat doe ik niet.  Ik pauzeer in Carmona aan een fraai rond plein en geef daarna vol gas om voor het donker in Jerez de la Frontera te eindigen. Hup, de Yamaha MT-07 op de jiffy, slot in de schijf, bagage eraf en slapen in het sfeervolle Casa Grande Hotel, dat zich bevindt in een mooie oude stadsvilla met patio.  Jerez de la Frontera.  Natuurlijk bekend vanwege het Circuito de Velo- cidad.  Maar vanavond laat ik de motor staan.  Op naar de tabanco.  Dat heeft niks met tabak te maken en alles met de plaatselijke trots: sherry.

Nee, nee, nee, dat is niet het mierzoete drankje dat je oud- tante achter de geraniums naar binnen slobbert.  Nee, sherry is aan een wedergeboorte bezig en ontzettend hip en trendy in zowel New York als Tokio.  Ter ondersteuning: er zijn tiental- len soorten.  Van droog tot zoet en van glashelder tot troebel vocht.  In de barretjes worden de sherry’s desgewenst recht uit het vat geschonken.  Roep Fino of Olorosso over de toog en je krijgt een mooi klein recht glaasje toegeschoven. Bestel er als een echte local een bordje kaas of ham bij en de avond kan beginnen.  In de oer-tabanco wordt de rekening vervolgens met een krijtje op de toog bijgehouden.

Na een rondje barretjes,  blijf ik hangen in El Pasaje,  waar het stampvol is met vooral locals.  De reden: omdat ze dat in Jerez gewoon zo doen.  Zeker als er ook nog een Flamenco-zanger is aangekondigd.  Dit blijkt een jonge kerel te zijn met jonge én oude fans.  En kennelijk heeft hij zijn halve familie meege- nomen.  Hij zingt zijn hart en ziel eruit,  het publiek klapt en roept mee.  Tegen het eind van de avond, komen één voor één mannen en vrouwen naar voren die de zanger met dans en gebaar uitdagen.  Het dak gaat eraf.

Aan de bar van El Pasaje neem ik een besluit.  Ik blijf een dag extra in Jerez.  Nee, ik moet het anders zeggen.  Morgen maak ik een dagtocht door de omgeving en ’s avonds ga ik terug naar Jerez.  En zo gebeurt het.  Na het ontbijt rijd ik naar Sanlúcar de Barameda aan de monding van de Guadalquivir.  Met een kop koffie – zwart en sterk, want de sherry bonkt nog na – aan het water bedenk ik dat Columbus op 3 augustus 1492 met zijn Santa Maria vanaf de overkant vertrok om Amerika te ontdekken.  Vervolgens doe ik de vuurtoren van Chipiona aan, de koepels en de kade van Cadiz en het witte dorp Arcos de la Frontera.  Om daarna terug te keren naar Jerez.  Morgen gaat het door de heuvels terug naar Málaga, maar dat is morgen.

Ik parkeer de MT-07 voor het Casa Grande, gooi mijn motor- boots in een hoek en ga de stad in.  Morgen nog een hele dag fantastisch sturen.  Dat moet gevierd worden.  In een tabanco vol nieuwe vrienden.

 

 

AUTEUR: Hans Avontuur   Als reisschrijver én fotograaf deelt Hans zijn reiservaringen  met miljoenen lezers van prachtige bladen als AD Magazine, National Geographic Traveler, Wintersport Magazine, Moto73, Méditerranée en Leven in Frankrijk. Winnaar van een Canadese, een Spaanse, een Caribische en zes Belgische prijzen én op de ASP Award 2019 voor het beste in Nederland gepubliceerde reisverhaal. 

 

Boek deze tour keyboard_arrow_right Huur deze motor keyboard_arrow_right
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on pinterest
Pinterest
  • All
  • Het laatste motornieuws
  • Reistips
  • Reisverslagen
  • Travelmoto Inside
  • Travelmoto inside

TravelMoto
motorreis en verhuur specialist

Book your tour

Eigen GPS tour